Print deze pagina
(ca. 12 bladzijden)

Read the Englisch version

MIJN STORY

November 2003 

Het is maandagochtend 7 uur en ik ga rechtop in bed zitten. Het kopje koffie dat Asje daar elke ochtend voor me neerzet ziet er erg aantrekkelijk uit. Vandaag moet ik vroeg op want de aannemer komt het laatste deel van de nieuwe keuken afwerken en dan is er natuurlijk Alie, die komt schoonmaken. Opeens schiet me te binnen dat ik vanmorgen naar het bevolkingsonderzoek moet, daar moet ik al om 9 uur zijn. Met andere woorden opschieten dus want ik wil er deze keer wel heen. Twee jaar geleden ben ik niet gegaan, ik had er toen helemaal geen zin in. Ten eerste vindt ik het een pijnlijke geschiedenis en er kwam toen nog bij dat op mijn werk niet alles verliep zoals het moest vanwege de overname door een ander bedrijf. Nu zit ik zonder werk en vind dat ik wel moet gaan. Bij het onderzoek ben ik snel aan de beurt en alles verloopt volgens plan, de foto's zijn in één keer goed. Wel doet de linkerborst ook nu weer vreselijk zeer. In die borst heb ik al jaren een plek die erg gevoelig is, maar op de foto's van 4 jaar geleden bleek dat niets bijzonders te zijn. Ik vraag me af of het deze keer ook zo is, maar heb mijn twijfels. Misschien zijn die twijfels wel de reden dat ik deze keer beslist wilde gaan. De keuken nadert zijn voltooiing en dat mag ook wel want zo langzamerhand heb ik genoeg van alle verbouwingen en verbeteringen. Ik wil eindelijk wel weer eens een normaal jaar zonder in- en uitloop van vreemden.

Doktersbezoek

De volgende morgen gaat de telefoon, het is onze huisarts die vraagt of het schikt om even langs te komen. Mijn dochter Debby, die de telefoon heeft aangenomen, vraagt aan mij, "waarom moet die nou langs komen"? Ik denk gelijk aan het borstonderzoek en vertel haar dat. Ze is niet overtuigd. Als de huisarts 's middags komt begint hij bij de voordeur al te vertellen dat hij niet zo’n leuke boodschap heeft. Dat had ik dus al verwacht. Als ik hem dat zeg, vraag hij mij, oh ja hoezo dan. Ik vertel hem van de bult in mijn borst en dat ik het vreemd zou hebben gevonden als het ook deze keer niet verder zou worden onderzocht. Als hij met me meeloopt naar de kamer ziet hij daar Debby zitten en zegt mij onder 4 ogen te willen spreken. Maar ik maak hem duidelijk dat het voor mij niet uitmaakt dat Debby er bij zit. Om kort te zijn komt het er op neer dat er op de foto’s van het bevolkingsonderzoek een afwijking is gevonden waarvan de aard verder moet worden onderzocht om met zekerheid te kunnen vaststellen of het borstkanker is. Op mijn vraag waarom dat nu pas is ontdekt, ik heb die bult al meer dan 4 jaar, kan hij mij geen antwoord geven maar zegt dat nu gebleken is dat de vorm er kwaadaardig uitziet en hij mij daarom zo snel mogelijk wil doorverwijzen naar een chirurg. Na enig overleg wordt gekozen voor het Ziekenhuis De Weezenlanden en wordt een afspraak geregeld voor de volgende dag met Dr. Fritschy. Dit gaat wel heel erg snel hoor.
's Middags bel ik met mijn vriendin en oud collega in Zwolle en vertel haar wat er aan de hand is. Oh nee hè, zegt ze niet jij ook. Ik heb namelijk voor ons tweeën net kaarten gekocht voor de Margriet Fancy Fair, dit om te vieren dat haar borstkanker periode achter de rug is en zij bij de laatste controle gezond was verklaard. In ieder geval kon zij me wel vertellen door welke molen ik zou moeten gaan.

Maakt u zich geen zorgen

De volgende dag meld ik mij bij de poli van het ziekenhuis en heb een gesprek met dr. Fritschy. In dit gesprek vertelt hij dat niet alle door het SVOKON geconstateerde afwijkingen op foto’s op borstkanker hoeven te wijzen, dat ik mij geen zorgen moet maken, maar dat het zekere voor het onzekere zal worden genomen en er dus nog diverse onderzoeken moeten plaatsvinden en dat ik mij geen zorgen moet maken als het wat lang duurt voor alles geregeld is, want dat die bult niet zo snel zal veranderen. Dat behoeft hij mij eigenlijk niet te vertellen, want dat ding zit er al meer dan 4 jaar. Daarna stelt hij mij een heleboel vragen over de borst, of ik wel eens ontstekingen heb gehad en of de borst wel eens groen gelekt heeft etc. Daarna vertelt hij mij dat er opnieuw foto’s moeten worden gemaakt en een punctie om wat weefsel uit de bult te halen. Dit om vast te kunnen stellen om wat voor soort weefsel het gaat. Ik loop samen met hem naar het loket voor de afspraken en hij geeft de secretaresse opdracht een en ander te regelen. Op het briefje dat ik meekrijg voor de afd. Pathologie staat bij klinische gegevens: "verdachte afwijking linker mama op X-. Weke begrensde zwelling lat. li. boven. Maligniteit(?). Oftewel "kwaadaardig(?)". Daar gaat de uitspraak van de dokter om me geen zorgen te maken. De foto’s, ach dat zegt me niet zoveel, dat weet ik al, een kwestie van je kiezen op elkaar en hopen dat de foto’s in één keer goed zijn. Maar een punctie?? Ik kan me niet voorstellen dat ik dat leuk zal vinden.

Op 13 november is het zover, eerst foto’s maken, dat gaat gelukkig goed en ook deze keer zijn ze in één keer gelukt. De punctie, ja daar ben ik eigenlijk wel zenuwachtig voor, want ik heb er totaal geen idee van of het pijnlijk is of niet. Plus het idee dat er een holle naald in je borst gezet wordt om daar wat weefsel weg te halen, nou niet mijn favoriete bezigheid zal ik maar zeggen. Door de zenuwen ben ik het briefje van de dokter vergeten waarop aangegeven staat waar geprikt moet worden, maar het is zo’n grote bult dat je daar geen briefje voor nodig hebt. Toch gaat de verpleegster even op onderzoek uit naar het kopietje van de verwijsbrief. Als ze deze gevonden heeft, gaat de patholoog de voorbereidingen treffen. De patholoog vertelt mij wat voor soort naald hij gaat gebruiken (gelukkig een hele dunne) en dat bij dit soort behandelingen geen verdoving wordt gegeven, want dat de prik van de verdoving net zo pijnlijk is als de prik van de punctie. Dit klinkt logisch, maar toch moet ik onmiddellijk aan de geruststellende praatjes van de tandarts denken, die heeft ook altijd van die smoezen als hij zogenaamd een klein gat moet boren. Ja ja, de heren hebben makkelijk praten, zij hoeven niet geprikt te worden. Ik draai mijn hoofd opzij want ik wil het zeker niet zien, maar tot mijn verbazing voel ik er niets, maar dan ook helemaal niets van. Nu het eenmaal pijnloos blijkt te zijn ga ik maar kijken wat voor weefsel er nou eigenlijk uitkomt. Dat is gewoon wit spul en het ziet er uit als de inhoud van een puistje. Dus ik denk "ach, het is gewoon vet wat daar opgehoopt zit". Thuis is iedereen natuurlijk nieuwsgierig hoe het gegaan is, want ik heb van tevoren gezegd dat ik dit best allemaal alleen kan. Ik vertel ze hoe het me vergaan is en ook dat ik het idee heb dat het gewoon vet is wat daar opgehoopt zit.

Waarschijnlijk niets bijzonders, maar toch opereren

Op 25 november krijg ik van dr. Fritschy de uitslag van de punctie. Hieruit blijkt inderdaad dat er niets bijzonders in het weefsel is gevonden. Het is gewoon weefsel zonder kwaadaardige cellen. Maar . . . de echo toont toch een vorm die kwaadaardig is en de chirurg zegt, toch opereren of het nu goed- of kwaadaardig is, we kunnen het beter weghalen.

Ik heb een hele week om alle gegevens over borstkanker op het Internet en in de bibliotheek op te zoeken. Ik vind allerlei sites op internet en op de meest uitgebreide site www.borstkanker.net heb alles wat er te vinden is, doorgespit en nageplozen.

Er moeten voorbereidingen voor de operatie gemaakt worden. Ik zal waarschijnlijk binnen 3 weken een oproep krijgen voor de operatie en er wordt een afspraak gemaakt voor een preoperatief gesprek. Hiervoor kan ik naar de polikliniek in Kampen, voor mij is het daar makkelijker parkeren dan bij de Weezenlanden in Zwolle. Uit het preoperatieve onderzoek blijkt dat ik gezond genoeg ben voor de operatie. Bloeddruk en hartslag worden gemeten en er wordt verteld hoe de anesthesie in zijn werk gaat. Ik vertel de anesthesist over het hartinfarct dat ik een aantal jaren gehad heb en de stent* die bij het dotteren geplaatst is. Gelukkig geeft dit geen reden tot extra zorg. *(Een stent is een soort kokertje van gaas.)

De operatie is gepland op 10 december ’s morgens om 10 uur. Dat betekent dat ik mij om 8 uur moet melden op de dagafdeling. Ik mag na de operatie, als alles goed verloopt namelijk dezelfde dag alweer naar huis. Ik moet nuchter komen en mag ook niet roken.

10 december 2003.
Het is zover ik ga vandaag naar het ziekenhuis voor de borstoperatie en als Asje mij ’s morgens uit gewoonte een kopje koffie op bed brengt (hij was dat nuchtere vergeten), lijkt het nog aantrekkelijker dan anders. Helaas mag ik het niet hebben want ik moet "nuchter" komen. Stiekem neem ik er toch een paar slokjes van en rook een half sigaretje, wat ook niet mag maar op deze manier voel ik me toch wat beter dan helemaal nuchter naar zo’n ingreep toe te gaan. Mijn zus heeft wel tegen me gezegd dat ik dan na de operatie wel eens last zou kunnen hebben van misselijkheid, maar dat neem ik op de koop toe.

Asje brengt me naar het ziekenhuis en samen gaan we naar de afdeling "dagopname". Daar wordt verteld dat er weer een echo moet worden gemaakt voor het aanbrengen van de draadjes in de borst. Deze metalen draadjes geven aan waar de plek zich precies bevindt. Bij het aanbrengen van de draadjes is Asje maar naar huis gegaan, want dat is voor hem een beetje teveel van het goede. Hij is niet zo'n held als het om prikken, bloed e.d. gaat en zeker niet als hij het idee heeft dat het wel eens pijn kan doen. Als hij zelf onder het mes moet is hij heel wat dapperder. Ik vindt het best want kan me nu toch niet op hem concentreren, m'n hoofd is ergens anders. Nu nog de extra foto’s om te kijken of de draadjes goed zitten. Deze foto’s worden in ieder geval zachtzinniger gemaakt. Tijdens het maken van de foto’s werd er blijkbaar naar me gezocht want ik hoor iemand vragen of Mevrouw van Bruggen al klaar is voor de operatie. Er wordt op de operatiezaal op me gewacht. Kennelijk is er iemand tussenuit gevallen en ben ik eerder aan de beurt. Vanaf dit moment gaat alles heel snel, op een holletje naar de dagafdeling, uitkleden en in het operatiebed. Snel wordt ik naar de operatiekamer gereden en dan het infuus hè. Daar begint de lol. De narcotiseur prikt in een zenuw in mijn hand, ik spring zowat van de tafel. Hij maakt zijn excuses en zegt: ik wil u geen pijn doen maar ik ben er bijna. Nou dus niet, haal maar weer uit dat ding. Uiteindelijk heeft hij het infuus maar in de elleboogholte aangebracht, dat voelt veel aangenamer. Ik mag nog even vanaf 10 terug tellen en weg ben ik. Daarna herinner ik mij niets meer tot op het moment dat ik weer wakker ben.

Als ik bijkom lig ik weer op de dagafdeling en voel wel pijn in de borst maar niet abnormaal. Verder voel ik me soezerig en erg goed. Bij mij liggen nog drie dames bij te komen, allemaal van een baarmoeder behandeling. Op een gegeven moment mogen zij eten, soep en een boterham. Dat ruikt zo lekker dat mijn maag begint te knorren en het water me in de mond loopt, maar ik krijg niets vanwege het soort narcose dat is toegediend, van eten zou ik misselijk kunnen worden. Het leukste is echter dat alle andere patiënten misselijk zijn van de narcose en dus niet willen eten en ik heb honger en mag niet eten. De verpleegster vindt het zielig voor mij maar voorschrift is voorschrift en daar houdt ze zich aan. Na 5 minuten komt ze terug en vraagt aan me of ik me echt goed voel. Waarop ik haar vertel dat het niet beter kan maar dat ik wel erge honger heb. Of ik dan het risico wil nemen van misselijkheid na het eten. Nou reken maar want ik heb honger als een paard. Ik krijg een kom soep en een boterham en heb alles opgegeten. Gelukkig word ik niet misselijk en blijft alles erin en het smaakte heerlijk. ’s Middags komt de co-assistent van dr. Pierik om de wond te bekijken, hij vertelt mij dat er een hand vol weefsel weggehaald is. Nou, hij heeft géén dameshandjes hoor. Hij vraagt hoe ik me voel en vertelt dat ik naar huis mag. Nu eerst Asje bellen, dat kan met de ziekenhuistelefoon en dan aankleden, dit gaat wel een beetje lastig omdat mijn linkerarm niet helemaal meewerkt.

De baarmoeder mevrouw die aan de overkant ligt, is ‘s middags echt ziek geworden en kan het niet voor elkaar krijgen dat iemand haar op komt halen, tja en dan mag ze niet weg. Later vertelt ze de verpleegster dat ze wel beneden gaat wachten tot iemand haar komt halen. De dagafdeling gaat namelijk om 4 uur dicht en dan moeten alle patiënten weg zijn anders wordt je naar de normale afdeling gebracht. Als Asje komt om mij te halen vraag ik aan de vrouw waar ze woont en dat blijkt in Wezep te zijn. Op mijn vraag of ze dan misschien mee wil rijden, geeft ze mij een bevestigend antwoord. Later na ons gesprek in de auto bleek dat het maar goed was dat we haar mee hebben genomen, anders was ze zelf met haar eigen auto naar huis gereden. Levensgevaarlijk.

Ik ben nog erg soezerig als ik thuiskom ga dus lekker in mijn stoel zitten en geniet van het verwend worden. Lekker een bord warm eten en een stukje lezen in mijn boek. Ik word steeds wakkerder. Van de operatiewond heb ik gelukkig geen last. Alleen als ik ’s avonds in bed op mijn zij ga liggen blijkt dat dit niet de beste houding is. Na een beetje heen en weer schuiven en een extra kussentje erbij in bed val ik toch nog vrij snel in slaap. De volgende dagen moet ik het wel kalm aan doen, maar al snel ben ik weer de oude.

Dus toch… en dan wordt het menens

Op 19 december heb ik een nieuwe afspraak bij dr. Fritschy. Door de verpleegster worden eerst de hechtingen verwijderd waarna ik nog even moet wachten op de dokter. Hij onderzoekt de operatiewond en is tevreden, ook heeft hij de uitslag van het histologisch onderzoek. Er is een bult van 7 x 5,5 x 2,5 cm weggehaald. Uit het onderzoek blijkt dat het gaat om een infiltrerend ductaal carcinoom graad 2* en verder ductaal carcinoma in situ graad 3 (DCIS)**.

Uit dit onderzoek blijkt tevens dat niet alles is weggehaald, dus er zal een 2e operatie volgen. Hij adviseert amputatie van de linkerborst. Dat overvalt me en ik probeer na te denken. In die tijd vertelt de dokter mij over de percentages kans op genezing etc. Echt horen doe ik het niet want ik moet nadenken over amputatie en vraag hem: "moet ik dat nu beslissen?" Dit is inderdaad bedoeling. Dan antwoord ik, "nou dat is dan NEE, geen amputatie". Waarop hij zeer verbaast reageert. Ik leg hem uit dat als er van mij direct een antwoord wordt verlangd voor een belangrijke beslissing waarvan ik de consequenties niet kan overzien, mijn antwoord nee is. Na wat heen en weer gepraat vraagt de dokter mij even te wachten, hij wil proberen direct met zijn collega’s te overleggen. Na een paar minuten is hij weer terug want overleg blijkt niet mogelijk omdat de collega's niet allen aanwezig zijn. Hij zegt mij dat hij één en ander wil overleggen in de artsen vergadering van die week en mij terugverwacht op 31 december om te laten weten wat er in deze vergadering is beslist.Ook moeten er nog afspraken m.b.t. de bestralingen gemaakt worden. In ieder geval moet ik bestraald worden, dat staat buiten kijf.

Ook deze week werp ik me weer op het Internet maar nu nog agressiever en zoek alle mogelijkheden over borstbesparende operaties. Uit wat ik vind blijkt dat er borstbesparend mogelijk is en voor alle zekerheid print ik de gegevens uit. 

Bij mijn volgende afspraak met de chirurg blijkt dat de artsen bij het bespreken van mijn geval akkoord kunnen gaan met een borstbesparende operatie. Gelukkig, hierover dus geen extra gesprekken. Gekozen wordt voor lumpectomie. (quote www.borstkanker.net) "Dat is een vrij simpele ingreep om de tumor te verwijderen en zoveel mogelijk gezond borstweefsel intact te laten. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat er geen kwaadaardige cellen in de borst achterblijven, wordt er rondom de tumor ook een gedeelte van het gezonde weefsel mee verwijderd. Afhankelijk van de hoeveelheid borstweefsel die moet worden verwijderd, krijgt deze operatie verschillende benamingen toegekend: wijde excisie, partiële mastectomie, segmentele mastectomie of kwadrantectomie. De algemene en bekendste term is evenwel lumpectomie." 

Dr. Fritschy verteld dat bij deze 2e operatie gelijk de schildwachtklier wordt weggehaald en gecontroleerd op uitzaaiingen. Mocht het zo zijn dat er uitzaaiingen worden geconstateerd dan zal bij een derde operatie de gehele oksel geruimd moeten worden. Ik maak een nieuwe afspraak en krijg van het histologisch onderzoek een afschrift zodat ik thuis alles nog eens goed kan nalezen. Omdat er zoveel moeilijke woorden in dit rapport staan, maak ik een afspraak met onze huisarts. Hij legt me uit wat alles betekend.

(quote www.borstkanker.net
UITLEG:

* Infiltrerend ductaal carcinoom

Het invasief ductaal carcinoom (ook bekend als infiltrerend ductaal carcinoom) is de meest voorkomende vorm van borstkanker. Meer dan de helft van alle borstkankers behoren tot dit type.

Het invasief ductaal carcinoom voelt aan als een harde knobbel (bijna zoals een steen). Het heeft de neiging uit te zaaien naar de lymfknopen in de oksel en heeft de slechtste prognose van alle types ductale carcinomen.

**Ductaal carcinoma in situ (DCIS)

Ductaal carcinoma in situ (DCIS) is een kanker in een zeer vroeg stadium die ontstaat in een melkgang. Het is niet-invasief, wat dus betekent dat het nog niet buiten de grenzen van de melkgang waarin het is ontstaan is gegroeid. Het kan zich dus ook niet hebben verspreid naar de lymfknopen in de oksel of naar andere delen van het lichaam.


Radiotherapie, onderzoeken, gesprekken

Tussen de operaties door moet ik me op 6 januari voor het eerst melden in het Sophia Ziekenhuis bij de afdeling Radiotherapie voor een eerste gesprek met de radiotherapeut dokter du Bois. Het gesprek gaat over het aantal bestralingen en hoe dit alles in zijn werk gaat. Ik word 35 keer bestraald, 7 weken dus. Dokter Du Bois straalt rust uit en ik heb het idee dat hij als het moet, de hele dag de tijd heeft. Hij is geïnteresseerd in mijn wel en wee en het doorstaan van de operaties. Hij legt mij uit wat de bestraling doet en de verwachtingen voor de komende jaren uitgedrukt in percentages. Wel verteld hij dat dit alles is gemeten over heel veel mensen en ik natuurlijk een individu ben. Het komt er dus op neer dat alles ongeveer en prognose is, geen vastigheid hier. Ik wordt gewogen en de plaatsen van de operaties worden bekeken. Die zien er volgens hem goed uit. Met de laatste opmerkingen, veel sterkte en het beste begeef ik mij weer naar huis.

Woensdagmiddag om 2 uur zit ik weer in het ziekenhuis nu voor een gesprek met de oncologisch verpleegkundige, zij geeft mij een kop koffie en een boekwerkje met patiënten informatie. We hebben een leuk gesprek en ik vertel haar ook over het Internet. Het boekje is wel gemakkelijk voor telefoonnummers en namen van artsen. Er staat ook van alles in over de behandelingen, maar de meeste daarvan heb ik al gehad, dus dat is een beetje mosterd na de maaltijd. Het hoofdstuk "Herstel thuis" is wel aardig vooral dat deel waarin wordt verteld veel rust te nemen. Dan moet je niet bij onze familie zijn want daar moet je wel helemaal niets meer kunnen voordat een ander in de benen komt. Trouwens het rennen van ziekenhuis naar ziekenhuis is ook niet erg bevorderlijk voor mijn "rustig aandoen". Morgen heb ik namelijk alweer een preoperatief gesprek op de poli in Kampen.

Op 13 januari heb ik een afspraak bij de afd. Nucleaire geneeskunde. Hier worden de foto’s gemaakt voor het opsporen van de sentinel node (schildwachtklier). Er wordt door middel van radioactieve vloeistof gezocht naar deze lymphe knoop. Door deze radioactieve vloeistof wordt op de foto een zwarte stip zichtbaar. Ik krijg 4 injecties met radioactieve vloeistof in mijn borst en moet dan een bepaalde hoeveelheid vloeistof drinken. Na ongeveer 45 minuten word ik geroepen voor het maken van de foto. Hiervoor wordt een zogenaamde gammacamera gebruikt waarop je het verloop van de lymphedrainage kan volgen en die de sentinelknopen op de huid aanduiden. Ik wordt (vanwege de radioactiviteit) tussen allerlei platen van glas, gevuld met water, gelegd en dan worden de foto’s genomen waarop te zien is waar de eerste lymphe zich bevindt. Ik bekijk later op de monitor hoe dit eruit ziet en vraag of ik een kopietje mag hebben. Dit is kennelijk geen gebruikelijke vraag maar met een beetje heen en weer praten, krijg ik toch een afdruk van deze foto’s. Weer een deel voor mijn archief.

De 2e operatie

Morgen 14 januari is de 2e operatie. Bij deze operatie zullen ze ook de sentineltest doen. Dat heeft als bedoeling de eerste lymfknoop of lymfknopen op te sporen waarnaar de lymfe vanuit de tumor draineert en waar dus ook in principe de eerste via het lymfensysteem uitzaaiende tumorcellen terechtkomen.

Naast de tumor wordt een blauwe kleurstof ingespoten (Patent blue) bij het begin van de operatie. Dan volgt men van hieruit de blauw kleurende lymfvaten tot aan de eerste aankleurende klier. Deze klier wordt dan verwijderd. Na het wegnemen van deze sentinelknoop of de 2 tot 3 sentinelknopen worden deze gedetailleerd onderzocht. Wanneer deze knopen geen kwaadaardige cellen bevatten, is de kans dat er toch ergens anders in de oksel uitzaaiingen zitten, minder dan 5%.

Weer moet ik mij ’s morgens om 8 uur nuchter melden, maar nu niet bij de dagopname maar bij de dagverpleging. Deze operatie zal zwaarder zijn. Het duurt ongeveer 2 uur voordat ik aan de beurt ben. Er behoeven geen extra foto’s e.d. gemaakt te worden. Bij het klaarmaken voor de operatie tref ik helaas een zeer onaangename anesthesist. Als ik vraag of ik op het laatste moment mijn bovengebit eruit mag in verband met het per ongeluk op elkaar klemmen van mijn kaken, denkt hij kennelijk dat ik ijdel ben en niet zonder gebit gezien wil worden. Hij vindt het nodig om daar grapjes over te maken met zijn collega’s en roept; "kom even deze mevrouw bekijken nu heeft ze haar tanden nog in". Alom wordt er gelachen, behalve door een paar verpleegsters, aan wie ik al eerder mijn vraag had uitgelegd. Zelf had ik zoiets van "wat ben jij een naarling zeg, alsof ik hier voor mijn lol lig". Tegen de anesthesist zeg ik: "okay vriend, dan heb jij een probleem". Op zijn vraag: "hoezo?" geef ik in eerste instantie geen antwoord en denk zoek dat zelf maar uit, waarop één van de verpleegsters vertelt waarom. Nu is meneer een en al vriendelijkheid, maar bij mij heeft hij het verbruid. Heel kort legt hij mij nu nog uit wat er gaat gebeuren en dan ben ik helemaal weg. Ik weet niets meer. Tot ik bijkom op de recoverzaal, er wordt geroepen, mevrouw van Bruggen bent u wakker? Nee, natuurlijk ben ik niet wakker, laat me slapen alsjeblieft. Alles doet verschrikkelijk pijn en als ik slaap voel ik dat tenminste niet. Kennelijk is de pijn  aan mijn gezicht te zien want er wordt gevraagd of ik iets tegen die pijn wil. Ja, dat wil ik wel. Ik krijg een prik met het een of ander en doezel weer weg. Later blijkt dat deze prik morfine was. Dit is het beste want als ik slaap voel ik tenminste niet de schrijnende pijn in mijn borst en onder mijn arm. De keren dat ik wakker word, draait de hele wereld om me heen als ik ergens naar probeer te kijken. Na verloop van tijd word ik teruggebracht naar de dagafdeling en probeer te slapen. Dit lukt niet zo goed omdat ik deze keer verschrikkelijk misselijk en ziek ben. Ik voel me hondsberoerd. Dit duurt zo de hele dag en als Asje komt om te kijken of ik al naar huis kan, moet hij onverrichter zaken weer gaan want ik kan niet eens fatsoenlijk op mijn benen staan. Laat staan dat ik naar de auto kan lopen, naar huis en dan daar nog alle drukte. Dat lukt nooit! Ik blijf dus een nachtje langer in het ziekenhuis. Erg veel slaap krijg ik niet, ik moet ieder uur wel een keer overgeven, maar dat word erg moeilijk als je niks in je maag heb. De vorige keer had ik tenminste nog stiekem wat gedronken en een halve sigaret gerookt. Nu ben ik braaf geweest en ben als dank daarvoor, beroerd. Regelmatig komt de verpleegster kijken, want ik zie er kennelijk niet zo best uit. Later vertelt ze mij dat ik er erg slecht uitzag en dat ik waarschijnlijk teveel morfine heb gehad en toen weer pillen tegen de misselijkheid, welke alles bij elkaar te veel van het goede waren.

In de ochtend begin ik een beetje op te knappen en mag wat eten. Als Asje mij om een uur of 10 komt halen, gaat het redelijk. Ik krijg nog wat papieren mee en er is een afspraak voor me gemaakt met dr. Pierik (chirurg die mij heeft geopereerd) voor 22 januari 2004.

Na een heerlijk weekje rust, geen geloop naar het ziekenhuis heb ik vanmiddag een gesprek met Dr. Pierik. Ik heb Asje gevraagd om met me mee te gaan omdat de vorige keer de uitslag ook niet zo prettig was. Dr. Pierik zegt tegen mij: "ik heb een goed en een slecht bericht." (Tel uit je winst) Het goede bericht is: "alles is nu weggehaald, er zijn geen kanker resten meer in de borst aanwezig, maar het slechte bericht is dat er in de sentinel node uitzaaiingen zijn gevonden". Dr. Pierik adviseert een okselkliertoilet. Hier ben ik niet erg van gecharmeerd want ik heb hier al verschillende negatieve reacties en verhalen over gehoord. In sneltreinvaart vraag ik me af of het trouwens wel zin heeft om alles te ruimen. Als het uitgezaaid is, is er toch geen houden aan. Daarom vraag ik de chirurg of het mogelijk is om voor deze operatie alle scans (bot, lever, longen etc.) te mogen doen. Hierop zegt hij dat ik dan van het ergste uitga, wat in mijn optiek niet zo is. Je kunt maar beter weten waar je aan toe bent. Voor mij is het alles of niets, ingeval er uitzaaiingen overal zijn, heb ik voor mijzelf al beslist om geen verdere therapie te doen. Ik vertel aan de dokter hoe ik erover denk en gelukkig kan hij er mee instemmen de onderzoeken te doen vóór de operatie. Daarna vraagt hij mij in ieder geval toch een afspraak te maken voor het preoperatieve onderzoek van de operatie voor het okselkliertoilet. Ik denk bij mijzelf, dat kan geen kwaad, ik kan immers altijd nog besluiten om me niet te laten opereren. Het is beter om nu niet dwars te gaan liggen, plus ik heb dan nog even de tijd om na te denken of ik dit allemaal echt wel wil. We gaan afspraken maken voor de botscan, de foto’s van de longen en de scans van lever en nieren.

Op maandag 26 en dinsdag 27 januari heb ik een paar drukke dagen. Op maandag moet ik naar de afdeling Radiologie voor het maken van de echo van nieren, milt, pancreas en galblaas. Ook zullen er foto’s van de longen gemaakt worden. Dit betekend dat ik vanaf zondagavond 10 uur niet meer mag eten, drinken of roken. Dus dat wordt vroeg naar bed, want juist als ik niet mag eten en drinken, lijkt het net of ik dan erge dorst en honger heb, tja en roken dat wordt zo wie zo moeilijk.

De volgende ochtend ben ik nuchter, dat is voor mij niet zo moeilijk aangezien ik ’s morgens toch bijna nooit eet, maar vandaag is het gelukkig niet voor een operatie maar voor de echo. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. Als ik me heb gemeld bij de poli nr. 35 wordt ik eerst doorverwezen naar de afd. waar de longfoto’s worden gemaakt. Terwijl ik in de wachtkamer zit, komen er een aantal mannen binnen, één donkere man en 4 blanken. Als er op een gegeven moment wordt geroepen de heer . . . . staan ze alle 5 op en melden zich, gek gezicht hoor. Het is net zoiets als, wil de echte heer . . . . opstaan. De man naast mij merkt op de het wel een zware jongen zal zijn. Op mijn vraag hoe hij dat bedoelt, zegt hij "heb je dan die handboeien niet gezien". Ikke niet, dat soort dingen schijnt mij nooit op te vallen. In ieder geval zal het wel gezellig geweest zijn binnen in dat kleine hokje met z’n vijven. Maar ook deze patiënt(en) is snel klaar en dan ben ik aan de beurt. De foto’s worden genomen, ik moet nog even wachten om te horen of ze gelukt zijn en dan kan ik naar de volgende afdeling voor de scan van de overige organen. Ook hier ben ik gelukkig snel aan de beurt en nu maar weer afwachten wat de uitslag van al deze onderzoeken zal zijn. Op de een of andere manier raakt het mij allemaal niet zo. Het is net of ik ergens mee bezig ben waarvan de uitslag niet belangrijk is. Maar natuurlijk is dat wel zo, alleen besef ik het op dit moment niet. Dat wordt de andere dag wel anders als ze de botscan gaan doen. Dit heet sceletscintigrafie van het gehele lichaam. De bedoeling is om afwijkingen in het skelet op te sporen, in mijn geval dus uitzaaiingen van de borstkanker in het skelet.

Als ik mij voor dit onderzoek op dinsdagochtend 27 januari om kwart voor tien meld op de nucleaire afdeling krijg ik een injectie met licht radioactieve vloeistof. De injectie wordt in een ader in de arm gegeven. Ik mag vandaag in ieder geval eten en drinken. Ik moet tot 1 uur voor de foto’s minstens 1 liter vloeistof drinken. Het maakt niet uit wat, alles mag. Voordat de foto’s worden genomen, moet ik proberen zoveel mogelijk weer uit te plassen. Omdat het een tijdje duurt voordat de radioactieve stof in de botten is opgenomen mag ik gaan en staan waar ik wil als ik maar om 2 uur terug ben voor de foto’s. In mijn geval moet ik om 5 voor half 2 terug zijn in het ziekenhuis want ik heb ook nog een afspraak in het Transitorium zijn voor het preoperatief onderzoek voor de 3e operatie. Dezelfde onderzoeken, bloeddruk, hartslag etc. als de vorige 2 preoperatieve gesprekken. Wel vertel ik de narcotiseur over mijn slechte ervaringen voor en na de 2e operatie, hij maakt notities en zal zeker de narcotiseur van die operatie aanspreken op zijn gedrag. Ook zeg ik dat ik niet wil dat deze narcotiseur aanwezig is bij de 3e operatie aangezien ik hem een heel onaangenaam mens vond en zeker niet iemand die je geruststelt voor een operatie.

Ik ben net op tijd terug bij de afdeling Radiologie. Als ik om 2 uur geroepen wordt, mag ik eerst nog naar het toilet en dan weer naar de behandelkamer. Op de vraag of ik nog kleding aanheb waarin metaal verwerkt is kan ik ontkennend antwoorden want mijn BH heb ik niet aan omdat de geopereerde borst nog steeds gevoelig is. Ik behoef dus geen kleding uit te doen en kan op de hele smalle scannertafel gaan liggen. Gelukkig zijn er wel steuntjes voor mijn armen. De verpleger verteld mij wat er allemaal gaat gebeuren en ook dat hij ondanks dat ik hem niet kan zien, wel aanwezig blijft. Mocht hij weg worden geroepen dan zal hij dat vertellen en komt er iemand anders, dit in het geval ik in paniek zou raken of iets dergelijk. Nou ben ik niet zo’n paniekhaas maar het is toch goed te weten dat er iemand is. Boven mij, enkele millimeters van mijn neus komt een plaat die heel langzaam over mijn hele lichaam schuift. Ik moet stil blijven liggen. Na deze horizontale scan worden er platen aan de zijkanten van mijn lichaam geplaatste die hetzelfde doen, dus weer een poosje stilliggen. Ik val nog net niet in slaap, dat komt door het geluid en de klikjes die regelmatig te horen zijn. Al met al is het redelijk snel afgelopen. Als ik van de behandeltafel afkom, ben ik wel een beetje stram, maar dat is de ouderdom. Ik zie op de monitor bij de verpleger mijn eigen skelet en kan het niet laten om hem te vragen naar een kopietje voor mijn archief. Het is dezelfde jongeman van het onderzoek naar de sentinel node, dus hij maakt niet zoveel tegenwerpingen. Perslot van rekeningen heb ik van dat andere onderzoek ook al een afdruk. Nu kan ik thuis goed nakijken waar alle afwijkende plekken zich bevinden. In mijn nek is een zwarte vlek, maar die ken ik dat zijn de versleten wervels (na een auto ongeluk). Ook mijn kies aan de linker onderkaak staat er prachtig op als zwarte plek. Dan zijn er nog een aantal plekken in de schouders en één linksonder in mijn ruggenwervel. Valt me mee, maar ja ik ben geen dokter dus de uitleg zal wel komen. De uitslag van de scans is al over 2 dagen bij dokter Pierik.

Ik word eigenwijs

Als ik de 29e bij dokter Pierik kom, blijkt dat ik bij dokter Fritschy had moeten zijn. Een foutje van het secretariaat, maar dokter Pierik vertelt mij toch de uitslag van de onderzoeken.

De uitslag van de scans zijn goed, de contouren van de nieren zijn gaaf. De milt, pancreas en galblaas geven geen bijzonderheden. Er zijn geen levermetastasen aantoonbaar. Gelukkig.

Wel is er een dubieus densiteitje in de thorax zichtbaar maar dit doet men af als "vermoedelijk drogbeeld".

De botscan is goed verlopen volgens de dokter. Maar als opmerking onderaan de bladzijde staat wel "metastasering valt niet geheel uit te sluiten". Op grond hiervan wordt chemo therapie aanbevolen. Als het zo doorgaat heb ik aan een jaar niet genoeg om alles te hebben doorlopen.

Dan komt het onderwerp okselkliertoilet aan de orde en ik vertelde dokter dat ik dat niet ga doen. Hij vraagt mij waarom ik deze beslissing heb genomen en ik vertel hem het hoe en waarom. Het is even stil en dan zegt de dokter ineens; "mag ik U iets vragen". Natuurlijk mag hij dat, meestal is het andersom en heb ik de vragen maar nu is hij aan de beurt en vraagt: "Bent U misschien zelf arts". Ik schiet in de lach en zeg, "nee, hoezo?" Het blijkt dat het is hem opgevallen dat ik zo veel van de materie afweet en één van de weinigen ben die zegt wat ze wel en niet wil en dat ook nog kan onderbouwen. Ik vertel hem dat het mijn lichaam betreft, dus dat ik er alle belang bij heb veel te willen weten en daarom het Internet en de bibliotheek heb afgestruind, plus natuurlijk de gesprekken met mijn neef Jan-Piet die arts is. Uit het verdere gesprek blijkt dat ik praktisch niets volgens het ziekenhuis protocol heb gedaan, maar steeds mijn eigen beslissingen heb genomen. Voor hem is het alleen moeilijk omdat ik van het Protocol afwijk en daarom moet ik zelf de verantwoording nemen voor mijn beslissingen en kan ik niet terugvallen op het ziekenhuis. De operatie die gepland was op 4 februari gaat dus niet door. Als ik afscheid neem van dokter Pierik klopt hij mij op de schouder en zegt: "ik mag dat wel, patiënten met een eigen inbreng".

Mijn inmiddels favoriete site

Maar nu het hoofdstuk chemotherapie, weer een ander onderdeel om over na te denken. Ik ga eerst mijn licht maar eens opsteken op mijn favoriete site www.borstkanker.net en dan ook een telefoontje naar Jan-Piet. Ik wil weten welke alternatieven er zijn en welke garanties er worden geboden. Per slot van rekening heb ik al een afspraak voor de bestralingen, hoe moet dat dan?

Op 6 februari heb ik nog een controle afspraak bij dokter Fritschy. Eerst komt er een verpleegster om de hechtingen te verwijderen, dat lukt allemaal goed. De dokter bekijkt de wond en vindt deze er goed uitzien. Ik heb nu een kleine borst met deuk en een grote borst zonder deuk. De volgende controle afspraak is op 27 april na de bestralingen die nu zo ongeveer gaan beginnen.

Maar eerst heb ik nog wel de afspraak met dokter de Graaf over de chemo therapie. Op 10 februari is die afspraak. Het is een heel aardige dokter en hij vertelt mij wat er precies gaat gebeuren en hoe lang alles gaat duren. Allerlei lichamelijke ongemakken van haarverlies tot en met misselijkheid en moeheid worden mij in het vooruitzicht gesteld en de duur van de behandeling is zeker 4 maanden. Al met al zal ik hier zeker een half jaar flink ziek van zijn. Dit brengt mijn hele schema van vakanties en logees in de war dus vraag ik hem of de periode tussen de radiotherapie en de chemo therapie niet wat langer kan zijn. Dit is niet mogelijk daar deze therapieën moeten aansluiten. Eigenlijk wil de dokter eerst met de chemotherapie beginnen en de bestralingen daarna. Ik vraag bedenktijd want ik vind dit toch wel heel erg moeilijk temeer omdat ik nu weet dat er geen garantie is dat de kanker niet meer terugkomt. Het komt er op neer dat volgens de dokter chemo noodzakelijk is en zo snel als mogelijk toegepast moet worden. Hij heeft mij bijna overtuigd, maar toch wil ik nog wat bedenktijd om uit te pluizen wat chemo precies is en wat het doet met mijn lichaam, ook op de lange duur.

Als ik die avond achter mijn PC duik en alles over Chemo op ga zoeken vind ik het volgende:

"Cyclofosfamide (Chemo-preparaat wat bij mij gebruikt zou gaan worden) is een derivaat van mosterdgas dat interfereert tijdens de DNA-replicatie van de cel. Cyclofosfamide heeft ook een sterke immunosuppressieve (d.i. afweersysteemonderdrukkende) werking."

Tel uit je winst een derivaat van mosterdgas nog wel. Nu begrijp ik waarom je hier verschrikkelijk ziek van wordt. Met deze gegevens in mijn achterhoofd wordt het nog moeilijker beslissen. Ik weet het echt niet meer. Waar kan ik nu het beste vragen wat te doen? Ik ga met mijn vragen en angsten naar de enige die alles weet, ik ga bidden. Ik vraag God om mij duidelijk te maken wat ik moet doen, zelf ben ik niet bij machte om een beslissing te nemen waarvan ik zeker ben dat het een goede beslissing is. Hierna voel ik mij heel wat lichter, alsof er een last van me is afgevallen.

De tandarts

Om alles nog ingewikkelder te maken heb ik morgen een afspraak met de tandarts. De kliniek waar ik naartoe wil bevindt zich in Brabant in het plaatsje Best. Bij de operaties zijn namelijk mijn ondertanden los komen te zitten en ik kan nu niet meer fatsoenlijk eten. Dit is heel erg lastig dus heb ik besloten een ondergebit te nemen. Omdat ik niet zo’n held ben bij de tandarts heb ik gekozen voor deze kliniek die de totale behandeling in 1 dag rond maakt. Het kost me wel een vermogen, maar in dit geval heb ik dat want ik heb mijn auto kunnen verkopen. Het is trouwens beter om geen last te hebben van tanden en kiezen tijdens de bestralingsperiode.

Op 11 februari voordat ik op weg ga naar de tandarts probeer ik telefonisch de assistente van dokter de Graaf te bereiken om, zoals ik heb beloofd, te vertellen tot welke beslissing ik ben gekomen met betrekking tot de chemo. Ik vertel dat ik het nog niet weet en daarom een tweede gesprek wil om te kunnen bepalen of chemo echt noodzakelijk is. Ik krijg te horen dat de dokter niet aanwezig is en of ik later nog eens terug wil bellen.

Nu ga ik op weg naar de Dental Clinic in Best. Als ik mij, na 2 uur rijden, meld bij de kliniek moet ik nog enkele formulieren invullen en dan even wachten tot ik aan de beurt ben. Er worden foto’s gemaakt en er wordt gekeken op welke manier het beste gewerkt kan worden. Dat blijkt gewoon met prikken verdoven en dan alles uit de onderkaak trekken. De voortanden konden inderdaad niet meer vastgezet worden. Na een half uurtje ben ik klaar en mag een afspraak maken voor de definitieve behandeling. Dit kan gelijk de volgende dag, dus geen lange tussentijd om me zorgen te gaan maken. Tandartsbezoeken kun je maar beter achter de rug hebben.

Nou vandaag is het de dag, vandaag verlies ik mijn laatste tanden en kiezen. Bij aankomst in de kliniek mag ik direct door naar de 2e wachtkamer, deze is voor patiënten die de echte behandeling krijgen. Na 5 minuten wachten wordt ik binnengeroepen en vertelt de behandelende tandarts wat er allemaal gaar gebeuren, alsof ik dat niet wist. Ik heb er perslot van rekening de hele nacht aan kunnen denken. Maar ja, duidelijkheid voor alles. Ik krijg een aantal injecties met verdovingsmiddel, die achter in mijn onderkaak zijn bepaald niet prettig. Daarna mag ik een poosje wachten in de stoel. Gelukkig is dit een heerlijke relaxstoel. Dan breekt het grote moment aan en ik hoop dat één bepaalde kies er goed uit zal gaan en er geen ontsteking onder zit want dat heb ik al eens meegemaakt en dat was beslist niet prettig. Alles gaat goed en ik ben "tandeloos". De gehele onderkaak wordt nu gehecht en ik krijg het tijdelijke ondergebit in. Met nog wat mededelingen om vooral niet te veel te roken, dit is slecht voor het bloeden, en een nieuwe afspraak te maken voor het verwijderen van de hechtingen ga ik op weg naar huis. Nu alleen nog 2 uurtjes terug rijden en dan heb ik het voor vandaag wel weer gehad.

Als ik bij thuiskomst de achterdeur opendoe, hoor ik de telefoon en trek een sprintje naar de woonkamer om het antwoordapparaat voor te zijn. Ik heb dokter Dubois de radiotherapeut aan de lijn en hij vraagt mij, lichtelijk verbolgen, waarom ik chemotherapie wil gaan doen. Ik vertel hem dat ik nog geen beslissing heb genomen maar dat ik nog geen mogelijkheid heb gehad om dit aan dokter de Graaf mee te delen omdat hij afwezig is. Hier heb ik de verhoring van mijn gebed om duidelijkheid te krijgen wat ik moet doen. De beslissing is mij uit handen genomen op het moment dat dokter Dubois mij verteld dat chemotherapie niets toevoegt en ook niet noodzakelijk is.

Vandaag de 16e februari heb ik een gesprek met de verpleegkundige van de radio therapie die mij uitlegt hoe de gang van zaken is bij de bestralingen, over de aftekeningen op het lichaam en over de simulator waar de instellingen van de te bestralen lichaamsdelen precies worden ingesteld. Na het gesprek mag ik naar de kleedkamer bij de simulator, ik moet mijn bovenlichaam bloot maken en de sierraden af. Dit moet ik onthouden want als ik in de nabije 7 weken elke dag hierheen moet kan ik beter mijn kettinkjes thuislaten. Na een paar minuten word ik geroepen en mag op een soort onderzoekstafel gaan liggen onder een groot apparaat (de simulator). Er gaan allerlei lampjes aan waarvan sommigen rode strepen geven en andere weer een vierkant wit licht met een kruis er in. Aan de hand van deze lichtbronnen worden er allemaal strepen op mijn huid aangebracht met een soort inkt die blijft zitten. Ik krijg ook strepen onder mijn arm en in mijn nek, wat betekend dat ik op meerdere plaatsen bestraald ga worden. Het zijn donkerrode, blauwe en zwarte strepen. Ook worden er een aantal punten en kleine streepjes met viltstift getekend. Ik maak een opmerking over bodypaint en vraag of ze een cursus tekenen gehad hebben. Als alle strepen geplaatst zijn en de apparatuur is ingesteld wordt dokter Dubois gevraagd te komen om het geheel te controleren. Dit duurt een poosje en ik wordt aardig stijf op die tafel en natuurlijk krijg ik overal de kriebel maar gelukkig is het maar een simulator. Toch moet ik zo stil mogelijk blijven liggen vanwege de te controleren instellingen. Eindelijk is de dokter er en in een kamertje gescheiden door een glazen wand word er wat heen en weer gepraat en op de monitor gekeken. Uiteindelijk is alles naar wens en mag ik van de tafel af. Terug in mijn kleedhokje kijk ik in de spiegel en voel me net een aparte diersoort met al die strepen en die halve blauwe borst van de kleurstof tijdens de laatste operatie. Als ik me heb aangekleed lijkt het net of ik mijn nek niet goed gewassen heb want er komen net boven mijn truitje een paar zwarte strepen uit. Ik denk maar zo, het is voor het goede doel.

Morgen heb ik nog een afspraak voor de CT-scan. Zo langzamerhand ben ik er wel achter dat zo’n relatief kleine bult in mijn borst mijn hele leven dreigt te gaan beheersen. Als ik iets niet leuk vind is het wel steeds iets te moeten. Ik moet naar de afspraken, ik moet de operatie, ik moet de radiotherapie, terwijl ik steeds meer het gevoel krijg, dit wil ik helemaal niet. Als ik de volgende dag meeloop naar de betreffende onderzoekskamer blijkt het dat ik ook hier weer op een tafel mag plaatsnemen, ook hier zonder sieraden en metalen deeltjes (BH), maar dat wist ik al. Ik denk eraan hoe snel een mens went aan alles. De scanner wordt ingesteld en zoemt over mij heen. De gegevens van mijn lichaam worden naar de computer toe doorgegeven in plakjes. Met behulp van deze gegevens kan het betreffende bestralingsgebied nauwkeurig worden vastgesteld.

In deze zelfde week rijd ik nog eens op en neer naar Best om de hechtingen uit mijn onderkaak te laten halen, nu ben ik in ieder geval verlost van al die draadjes die zo hier en daar begonnen te irriteren. Als ik thuiskom blijkt mijn man er niet te zijn, op mijn vraag aan de kinderen waar papa is zeggen ze, oh waarschijnlijk in de schuur, maar ook daar is hij niet. Vreemd hoor. Ongeveer 5 minuten later komt hij binnen, jas aan en een beetje buiten adem. Hij is naar de dokter geweest want tijdens het legen van de dakgoten voelde hij zich niet goed worden. De dokter heeft hem een verwijsbriefje meegegeven voor het ziekenhuis voor de hartafdeling. Er moet een hartcardiogram gemaakt worden en nog wat andere tests. (Mijn man heeft 5 jaar geleden een open hart operatie ondergaan met 5 omleidingen). Als we ons in het ziekenhuis bij de poli hebben gemeld, moeten we behoorlijk lang wachten en hij voelt zich niet goed. Eindelijk is hij aan de beurt en wordt het cardiogram gemaakt. Nu weer terug naar de wachtkamer en wachten op de dokter voor het gesprek. De dokter verteld dat het er niet goed uitziet en geeft hem een standje omdat hij volgens haar te lang heeft gewacht met komen. Dit is volgens hem niet zo, want hij heeft het niet eerder zo gevoeld. De conclusie is dat hij moet blijven in het ziekenhuis voor een dotterbehandeling en voorlopig ligt hij op de intensive care. Ik hoop dat alles goed gaat en er niet weer een operatie zal zijn. De vorige keer was dat heel intensief. In mijn eentje ga ik terug naar huis om daar nachtkleding etc. op te halen voor Asje. 's Avonds bij het bezoekuur verteld hij mij dat er waarschijnlijk gedotterd gaat worden en dat er een nieuw medicijn uitgeprobeerd wordt.

De volgende dag moet ik nog één keer naar de simulator voor de definitieve aftekening van het te bestralen gebied op mijn borst, keel en onderarm en dan mag ik op 25 februari naar de 1e bestraling. Dit is in hetzelfde ziekenhuis waar Asje ligt dus na de simulator kan ik binnendoor op bezoek bij hem. Dit zal voorlopig wel een soort routine moeten worden. Eerst bestralen, dan ziekenbezoek, naar huis, eten, weer ziekenbezoek. Ik moet ineens denken aan de vraag "U doet toch wel rustig aan hè?" Natuurlijk probeer ik dat maar het is helaas niet mogelijk op deze manier.

2 maanden laten

Ik heb inmiddels de 7 weken radiotherapie achter de rug. Elke dag naar het ziekenhuis begon op een gegeven moment een gewoonte te worden. In het begin had ik de afspraken rond 11 – 12 uur wat mijn hele dag in de war gooide, daarom heb ik op een gegeven moment gevraagd of dat alstublieft naar een eerder tijdstip verplaatst kon worden. Mijn neef vertelde dat het beter is om in de ochtend bestraald te worden. Tijdens zijn opleiding tot arts moesten er namelijk proeven met bestraling op ratten gedaan worden en de ratten die ’s morgens waren bestraald bleken betere overlevingskansen te hebben dan de ratten die ’s middags bestraald waren. Dit gegevens speelde in mijn achterhoofd ook mee. De rest van de bestralingsperiode ben ik zo ongeveer elke ochtend als eerste of tweede patiënt behandeld en had op die manier toch nog een volle dag tot mijn beschikking.

Die volle dag had ik wel nodig want inmiddels liggen de patiënten in onze familie voor het oprapen. Op 19 februari heeft mijn man een 2e hartinfarct gehad en was 2 weken opgenomen in het ziekenhuis, gelukkig kon met medicijnen het herstel worden ingezet en behoefde hij niet weer gedotterd te worden. De volgende patiënt was mijn dochter die met haar paard was komen te vallen en daarbij een hersenkneuzing opliep en een zwaar gekneusde enkel. Dit gebeurde de dag nadat mijn man uit het ziekenhuis was ontslagen. Zo langzamerhand lijkt het wel of ik een abonnement op het ziekenhuis heb en op het verzorgen van patiënten thuis. Zo zie je een ziekenhuis in geen jaren en dan opeens ben je er kind aan huis.

Gelukkig is op dit moment (september 2004) iedereen weer redelijk gezond. Mijn man is weer voor 100% aan het werk, mijn dochter heeft alleen nog een plaat in haar been, die er pas in januari 2005 uitmag. En ik, tja. . . . .  ik ben redelijk gezond, maar erg moe en heb niet zoveel energie. Nu ga ik één maand naar mijn zuster in Canada om uit te rusten en daarna beginnen de volgende onderzoeken omdat ik erg veel pijn blijf houden in mijn ribbenkast aan de linker (geopereerde) kant. Ook moet ik naar fysiotherapie omdat mijn borstspier te kort is en ik dus mijn arm niet goed kan gebruiken. Maar dit alles pas in oktober.

(Met dank aan de site van Nancy Wauters m.b.t. de uitleg van alle medische gegevens)

Dit is mijn bijbeltekst die mij in de moeilijke tijden en ook nu nog steeds steun geeft is:
Filippenzen 1:6 en 7
Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles. 
Vertel God al uw problemen en verlangens en vergeet vooral niet Hem te danken voor alles wat Hij doet.
Dan zult u de vrede van God ervaren, een vrede die ons menselijk besef te boven gaat en die de wacht houdt over uw hart en gedachten, omdat u in Christus Jezus bent.

Magda van Bruggen

 

Wil je iets schrijven in mijn gastenboek, klik dan op:
GASTENBOEK

of stuur mij je reactie door een emailtje, schrijf naar magdavanbruggen@planet.nl

Naar top van bladzijde